opgedragen aan MICHAEL JACKSON,
een kinderlijke man die niet van volwassen mensen hield

Fun at Neverland

Michael Jackson is bij uitstek een figuur die in de kinderlijke (mogelijk kinderachtige) jaren vijftig cultuur thuis hoort:
All over the walls of my room are pictures of Peter Pan. I’ve read everything that Barrie wrote. I totally identify with Peter Pan, the lost boy from Never Neverland” heeft hij ons ooit toevertrouwd.
Met volwassen mensen onderhoudt hij geen relaties. Hoe kan het ook? “I’m a lover, not a fighter”, zegt hij over zichzelf, en ja, wat moet je dan beginnen met mensen die een agressieve vechtcultuur in stand houden.
Hij heeft meer vertrouwen in dieren.
“I find in animals the same thing I find so wonderful in children…
That purity, that honesty, where they don’t judge you, they just want to be your friend. I think that is so sweet.” (1993)
 
Michael-J1

Michel Jackson werd geboren  op 28 augustus 1958 in Gary (USA), ’s avonds om 19u 33. De vrouwelijk-kinderlijke tekens VIS en KREEFT beheersen de ascendant. STEENBOK en BOOGSCHUTTER beheersen huis 10.Volgens de antieke astrologie moeten mensen met een horoscoop waarin deze tekens een dominante plaats innemen ‘koninklijk’ worden genoemd.

De hemellichamen Maan (Kreeft), Jupiter (Boogschutter) en Saturnus (Steenbok) vormen een soort Goddelijke drie-eenheid.
De planeet Neptunus (Vis) vertegenwoordigt het naieve, onschuldige, androgyn-kinderlijke principe in de mens. In de Westerse wereld wordt dat principe door vrijwel niemand op een eerlijke, volwassen wijze uitgedragen. Onze Westerse wereld is wat dat betreft (geestelijk) dood: ont-kinderlijkt, ont-vaderlijkt en ont-moederlijkt. Het tragische levensverhaal van Michael Jackson getuigt daarvan.

The Message of Michael Jackson

Het Kind is de Vijand van de Moraal

In een wereld waarin autoritaire, niet-kinderlijke moralisten de waarheid tot een morele ondeugd hebben uitgeroepen zullen maar weinig intelligente schrijvers de moed durven op te brengen hun lezers te wijzen op het verschil tussen de werkelijkheid van het kind, waarin de mens nog niet een machine geworden is, en de werkelijkheid van de volwassene, waarin alleen diegene triomfeert, die van zichzelf geheel of gedeeltelijk een robotmens weet te maken,d.w.z. een mens die zich willoos uitlevert aan een groepscode die door anonieme anderen voor hem ontworpen is.

Van een volwassene, iemand die, met andere woorden, is toegetreden tot een wereld waarin de kinderlijke ongedwongenheid vervangen is door volwassen dwang, wordt verwacht dat hij de robotmens aanbidt, en omdat een robot een programma nodig heeft, daarom wordt van hem geëist dat hij een geprogrammeerde moraal accepteert, een autoritaire moraal, die weinig meer is dan een reeks kille, betekenisloze klanken, die elk contact met wat een mens wezenlijk is (en moet zijn) verloren hebben.

Vrijheid is in zo’n wereld een ondenkbaar gegeven. Recht wordt niet tegenover onrecht geplaatst, liefde wordt niet boven blinde haat geplaatst, nee, alles wat werkelijk mag bestaan in de liefdeloze wereld van de autoritaire moralist is het recht van de sterkste, en de sterkste is altijd en eeuwig de geestelijke leidsman, die zich bereid heeft verklaard het kind in de mens te vermoorden.

Het kind wordt door dergelijke autoritaire moralisten tot object gemaakt.
Wat dat betreft is hij de tweelingbroer van de autoritaire pedoseksueel, de mens die niet het kind bewondert, maar het egoïstische verlangen het kind te gebruiken en te misbruiken.
Het kind wordt binnen zo’n wereld een speelpop waarmee volwassenen zichzelf belangrijk proberen te maken. Wanneer je het kind dwingt de lof te bezingen van de aangepaste robotmens, die weinig meer is dan een wandelend cliché, dan heb je binnen hun wereld alles bereikt wat er te bereiken valt.

Goddelijke kinderen bestaan in die wereld niet. En toch is het zo dat we in een wereld leven waarin christenen de boodschap uitdragen van een man die de mensen voorhield dat alleen een terugkeer naar de wereld van het kind de mens echte wijsheid kan schenken.

Mattheüs 18:1-35: De grootste in het hemelrijk

In diezelfde tijd kwamen de discipelen bij Jezus met de vraag wie van hen de grootste in het Koninkrijk van de hemelen zou zijn.
Jezus riep een kind bij Zich en zette het midden in de kring.  “Als u niet verandert en net zo wordt als de kinderen”, zei Hij, “zult u nooit in het Koninkrijk van de hemelen komen. Wie zo eenvoudig en onbevangen is als dit kind, is de grootste in het Koninkrijk van de hemelen.
Wie zo’n kind met open armen ontvangt, uit liefde voor Mij, ontvangt Mij.  Maar als iemand één van deze kleine kinderen die in Mij geloven, op het slechte pad brengt, zou het beter voor hem zijn dat hij met een zware steen om zijn nek in de zee werd gegooid.

‘Het Kind is God en God is een Kind’, dat is een stelling die centraal staat in alle wijsheidsleren, hoewel daaraan niet de conclusie verbonden mag worden dat de wereld van het kind een door heilige boontjes bewoonde hemelse toverwereld is, zoals naïeve dromers het ons soms willen doen geloven. Nee, als we over het kind praten dan hebben we het over de gewone alledaagse wereld die ons voortdurend omringt, want een kind is ook maar een gewoon mens, dat moet leven in een omgeving die door anderen is gemaakt.
Wat het kind echter boven de volwassene plaatst, is zijn vermogen zich vrij en onafhankelijk op te stellen. “They don’t judge you, they just want to be your friend” (Michael Jackson)

neverland-kidsDe volwassen wereld, die wij absoluut goed noemen, maakt dus geen deel uit van het eigen wezen van een mens.
Het kind beleeft de wereld als een verwonderde vreemdeling.
Het kind is nog individu, enkeling. Het is nog niet gevormd, dat wil zeggen: het is een volledig mens, een wezen dat op een eerlijke wijze kan huilen, lachen en haten, een wezen dat intens verdrietig is, wanneer het gesard en getreiterd wordt, maar dat ook zielsgelukkig kan zijn, wanneer het merkt dat er mensen zijn die van hem of haar houden.

Veel mensen, vooral diegenen die een harde, valse autoriteitsgedachte uitdragen, willen niet erkennen dat het kind een vrijer wezen is dan de gemiddelde volwassene.
Wie het kind ziet zoals het is: een volledig menselijk wezen dat nog niet gerobotiseerd is, die kan nooit meer tevreden zijn met zijn volwassen status.
Hij zal walgen van de clichés waarmee hij het leven tegemoet treedt. Hij zal zijn onvermogen liefde te geven en te ontvangen haten, en hij zal alles in het werk stellen om de ketenen die hem aan een kille volwassenenwereld binden te verbreken.

Wanneer ik een definitie zou moeten geven van het wat zweverige begrip ‘geestelijke ontwikkeling’, dan zou ik kiezen voor een woordenreeks, waarin de tegenstelling kind-volwassene centraal staat.
Dat is, zoals diegenen die een christelijke opvoeding hebben genoten zullen beseffen, een evangelische keuze.
Het evangelie zet niet de vals-autoritaire opvoeder op de eerste plaats, de religieuze leider die met een dik, lomp wetboek in de hand de kinderlijke ongedwongenheid wil verpletteren, nee, het evangelie verheerlijkt de anarchistische levenssituatie van het kind.
Dat kind is een ongebonden wezen. Het kent nog geen morele oordelen. Het reageert op een directe – primaire – wijze op de prikkels die hem vanuit zijn omgeving bereiken en het bouwt op grond daarvan langzaam maar zeker een geheel van normatieve waarden op, die in veel gevallen weinig betekenis hebben, omdat er in een vals-autoritair milieu geen sprake is van een bewuste keuze.
Moraal is pas echte moraal als er een vrije keuze kan worden gemaakt, maar de meeste mensen willen het kind niet vrij laten kiezen, omdat ze domweg niet weten wat een vrije keuze is.

Het is de tragiek van het zich ontplooiende kind dat het deel uitmaakt van een wereld die bepaald wordt door niet-bewust handelende volwassenen, zodat het altijd en eeuwig wordt opgezadeld met een volstrekt irrationeel wereldbeeld, waarin het begrip ‘waarheid’ een zinloos glitterding is, dat alleen betekenis heeft voor diegenen, die robot geworden zijn. Je zou dat ‘geestelijke verkrachting‘ kunnen noemen.

Binnen de esoterische, op geestelijke bevrijding gerichte, levensleren staat vrijwel altijd de tegenstelling ‘mens-robot’ centraal. Men is zich ervan bewust dat een op religieus-ideologische waarden gebouwde maatschappij ernaar streeft de mens gelijk te schakelen (te robotiseren) en met ziet het daarom als zijn taak de mens verantwoordelijkheidsgevoel bij te brengen (in feite de echte functie van moraal).

Sommige psychologen nemen deze esoterische visie over. Ze roepen een maatschappijkritische psychologie in het leven, waarin de ideologisch gevormde robotmens  niet als ideaal maar als gevaar wordt gezien.
Ideologen proberen altijd de wijsheid in de mens te onderdrukken. Dat is de reden waarom intelligente mensen zich in de jaren zestig zo gruwelijk ergerden aan zich ‘maatschappijvernieuwer’ noemende marxisten, die op een volstrekt onkritische en apsychologische wijze alle kritische, onaangepaste geesten de linkse wereld van de kunst, de literatuur en de filosofie uitwerkten, om zodoende zelf op een schijnheilige wijze de rol van kritische, onaangepaste geest te kunnen spelen.

“Ware kennis zal pas dan kunnen ontstaan,
wanneer er een eerlijk mens opstaat.” Chuang Tsu

Wie de geschiedenis wil begrijpen zal zich goed dienen te realiseren dat de oneerlijke mens zichzelf voortdurend op de voorgrond dringt.
Geschiedenis bestuderen is met een vergrootglas kijken naar de algemeen menselijke vermommingkunst. Wie geen mombakkes draagt zal zelden een plaats krijgen in een kleinburgerlijk geschiedenisboek, omdat kleinburgers geen respect hebben voor maskerloze mensen.
Wie de ideologie aanvalt deugt niet, die moet genegeerd, soms zelfs vernietigd worden, precies zoals dat gebeurt in de primitieve wild-west-cultuur, die in sommige Amerikaanse televisieseries wordt uitgedragen.
De moraal van de robotmens is: “Je moet een van ons worden”, je moet je eigenheid overboord zetten en een moreel mens worden: iemand die alleen de groepswaarden verdedigt (d.i. tribalisme), iemand die alles verafschuwt wat de anderen verafschuwen en die alles mooi en goed vindt wat de anderen mooi en goed vinden, zoals een robot ‘ja en amen’ zegt, wanneer een geprogrammeerd relaissysteem hem de passende opdracht daarvoor geeft.

Zulke mensen weten niet wat redelijk is. De rede vreet een andermans geest niet op. De rede laat een ander in zijn waarde, ook als die ander de wereld vanuit een ander blikveld bekijkt.
Wanneer ik ideologen het woordje ‘rationeel’ hoor uitspreken, dan komen er grote, geelgekopte donderwolken mijn ziel binnen drijven, dan is het alsof God zelf uit de Hoge Hemel naar de aarde afdaalt, om mij er op te wijzen dat hier een Hemels, Goddelijk protestlied gezongen moet worden, als waren wij allemaal engelen die getooid met gouden vleugels mogen dansen voor Zijn met paarlen en edelstenen versierde Hemelse Troon.

Blind-autoritair ideologisch denken hoort bij een ontkinderlijkte calvinistische anticultuur. Dat starre, wetsgebonden calvinisme kent geen rebellen. Ze zijn er niet, en ze mogen er ook niet zijn.
Jezus van Nazareth is binnen die wereld de onderworpen rebel, die naakt en onderworpen de burgerman moet dienen!
Zijn naakte lichaam drukt een extase uit die zijn rechtvaardiging vindt in de dood. Alleen de dood van de rebelse mens, zijn onvermogen persoonlijk te profiteren van zijn rebelse arbeid, maakt zijn Goddelijkheid mooi. Wie niet dood wil gaan, wie loon voor werk vraagt, wordt gehaat. Hij is een onaangepaste gek die zich niet laat gebruiken, een valse profeet die zijn ‘goddelijkheid’ niet wil projecteren in mensen die de goddelijke kinderlijkheid  in zichzelf gedood hebben, zodat hij moet worden uitgestoten, verbannen, of weggejaagd.

jesus10Jezus van Nazareth symboliseert het Kind in ons dat werd gedood.
Iedere keer wanneer we omhoogkijken naar het kruis, waaraan zijn lichaam hangt, kijken we naar het Kind in onszelf. Dat Kind kijkt ons aan en het stelt steeds opnieuw dezelfde vraag: ‘Waarom moet ik hier hangen? Waarom moet ik lijden? Waarom mag ik niet zingen en dansen en gelukkig zijn?’

De schrijver Michel Dhondt – die in zijn werk op een nogal sensuele wijze zijn liefde voor kinderen onder woorden brengt, wijst op die werkelijkheid in de korte roman ‘God in Vlaanderen’, waarmee hij in het jaar 1965 debuteerde.
In die roman wordt het kind in ons allemaal gesymboliseerd door het jongetje Tim van Male, dat tien jaar oud is en in de Belgische plaats Oostende woont.
Al op de eerste pagina wordt ons verteld wie Tim is:

“Volgens de werkvrouw in het appartement van zijn moeder: een engel, zachtzinnig als het kindje Jezus. Volgens de directeur van zijn school: een oase van persoonlijkheid in een woestijn van loeders… Volgens Rolle, zijn beste kameraad: de slimste jongen die je kan vinden. Volgens de moeder van Rolle: het schoonste ventje van Oostende. En volgens een mystisch dichter die verliefd werd op hem in plaats van op zijn mama: God in Vlaanderen…”

Het Kind als Goddelijk Wezen…
Je schijnt pedofiel te moeten zijn om die gedachte als een doodgewoon gegeven te kunnen ervaren.
In de jaren zestig en zeventig groeide er begrip voor de vreemde werkelijkheid van mensen die van kinderen houden, niet hun eigen kinderen, nee, de kinderen van anderen. Want dat maakt pedofilie tot een probleem. Een ander gaat de rol van vader of moeder spelen, zodat de echte ouders hun ouderrol verliezen, hetgeen, zeer begrijpelijk, tot haat- en angstreacties leidt: “Die ander pakt mij mijn bezittingen af.”

Michel Dhondt kon in die jaren ongestoord zijn werk publiceren. Dhondt is een niet-atoritaire pedofiel (pedofilie is niet hetzelfde als pedosexualiteit).
Hij bewondert in het kind de vrijheid en de ongebondenheid en daarom wil hij het kind beschermen tegen de lompe aanvallen van vals-moralistische volwassenen.
Hij wil voorkomen dat het kind wordt omgetoverd in een kille, gevoelloze robot en hij maakt van het kind een ‘goddelijk wezen’, dat aanbeden en verheerlijkt moet worden.

In zijn roman ‘God in Vlaanderen’ gaat het jongetje Tim op een volstrekt vrije en amorele wijze met zijn vriendjes om. Hij kruipt bij hen in bed, laat zich kussen, speelt met hun piemeltjes en hij voelt zich er heel erg gelukkig bij, omdat het een spel is, dat in alle vrijheid gespeeld kan worden.
Heel anders stelt hij zich op tegen volwassenen, beter gezegd: die volwassenen, die hem op een agressieve wijze willen veroveren. Op de een andere manier heeft hij een aantal met cyaankali gevulde bonbons weten te bemachtigen en iedere man die hem op een ruwe, mannelijke wijze wil verkrachten biedt hij op een gespeeld-charmante wijze een gifbonbon aan, zodat de onverlaat met een overwinningslach op het gelaat het Goddelijke Koninkrijk van het jongetje Tim verlaat…
De mannelijke overwinningsroes is hem fataal geworden. Dood ligt hij op de grond, vergiftigd, bestraft voor zijn verlangen een Goddelijk Kind zijn vrijheid af te nemen.

Wie het werk van Michel Dhondt leest, die weet dat pedofilie in feite helemaal geen maatschappelijk probleem is. Het probleem is niet de erotisch getinte omgang van volwassenen met kinderen, nee, het probleem is aan de ene kant de agressieve bezitsdrang van ouders en aan de andere kant de agressieve mannelijke veroveringsdrang, die niet bereid is de eigenheid van de ander te respecteren, een drang ook, die niet in staat is zich te onderwerpen aan de vrouwelijke gevoelens van liefde, warmte en tederheid die binnen een relatie (elke relatie, dus ook een pedofiele relatie..) centraal dienen te staan.

De sterke, liefdeloze man, de man die een gebruikscultuur verdedigt,  krijgt van het Goddelijke jongetje Tim een gif-bonbon cadeau: een rechtvaardige bestraffing, die helaas alleen in romans mogelijk is, want in het echte leven krijgen de sterke mannen geen gif-bonbons. Integendeel: ze worden veelal beloond en overladen met eerbewijzen, waar een strenge, rechtvaardige bestraffing op zijn plaats zou zijn geweest…

Een plutocratische cultuur, de cultuur van de ‘sterke man’, is een taaie cultuur, die zich niet gemakkelijk laat ontmaskeren.
Binnen zo’n machinale schijncultuur zijn er geen goddelijke kinderen, en als ze er al zijn, dan hangen ze als zielige hoopjes ellende aan een kruis.
Niemand geeft zulke kinderen een zakje met giftige pralines, waarmee zij zich kunnen verdedigen.
Het jongetje Tim beschikt wel over een dergelijk wapen. Maar hij heeft dan ook een lieve, tedere geestelijke vader, die opkomt voor zijn recht op geestelijke ontplooiing.
Misschien zouden we een voorbeeld moeten nemen aan de schrijver Michel Dhondt. Misschien zouden wij ook betere vaders moeten zijn. Misschien zouden we ons tegenover het harde moralistendom net zo moeten opstellen als het jongetje Patrick uit de roman ‘God in Vlaanderen’:

“Jullie hebben Jezus een keer gevangen, maar geen twee keer. En als jullie denken om hem nog eens aan een kruis te hangen, dan – Dan sla ik jullie dood…
Iedereen zweeg (beefden sommigen?)… Jezus zelf keek Patrick aan met dankbaarheid en een vleugje ironie…”

Zwolle 29 april 1990

Over AstroLogicus

Geboren in Zwolle. ZON in Steenbok, MAAN in Maagd, Ascendant in Weegschaal. Eigen website : www.wimduzijn.nl

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s